ECLI:NL:RBBRE:2008:BK8543
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting en proceskostenvergoeding
De rechtbank Breda behandelde het beroep van belanghebbende tegen navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting voor de jaren 2000 en 2001. De inspecteur had de aanslagen gehandhaafd, maar trok ter zitting zijn standpunt over nieuw feit en kwade trouw in, waardoor vernietiging van de aanslagen volgde.
Het geschil beperkte zich tot de vraag of belanghebbende recht had op vergoeding van proceskosten. Belanghebbende vorderde vergoeding van kosten gemaakt in voorfase, bezwaar- en beroepsfase, stellende dat de procedure onnodig was door handelen van de inspecteur. De inspecteur betwistte dit en stelde dat kosten van een externe adviseur onredelijk waren.
De rechtbank oordeelde dat de proceskostenvergoeding van €805 redelijk was voor de beroepsfase, waarbij het inschakelen van rechtsbijstand gerechtvaardigd was. Kosten in de bezwaarfase kwamen niet voor vergoeding in aanmerking omdat deze door de directeur-grootaandeelhouder zelf waren gemaakt. Verzoek om vergoeding van overige kosten, waaronder WOB-gerelateerde kosten, werd afgewezen wegens gebrek aan causaal verband en bijzondere omstandigheden.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd het griffierecht van €281 aan belanghebbende vergoed. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting worden vernietigd en de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €805; schadevergoeding wordt afgewezen.