ECLI:NL:RBBRE:2008:BQ8731
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag loonbelasting en vergrijpboete wegens onjuiste loonadministratie en valsheid in geschrifte
Belanghebbende, eigenaar van een uitzendbureau, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag loonbelasting en een vergrijpboete vanwege het gebruik van identiteitsbewijzen en sofinummers van niet-werkers voor loonadministratie. Het uitzendbureau werd later omgezet in een BV, maar in de onderhavige periode werden lonen deels via niet-werkers uitbetaald, waarbij contante betalingen niet werden geboekt.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag van €142.745 en een vergrijpboete van 100% op. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet voldeed aan zijn administratieplicht zoals vereist in artikel 52 AWR Pro, omdat uit de administratie niet bleek wie daadwerkelijk werkte en de kasadministratie onvolledig was. Het anoniementarief was terecht toegepast vanwege het ontbreken van geldige identiteitsbewijzen in de loonadministratie.
Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat hij correcte aangiften had ingediend. De rechtbank achtte het opzet van belanghebbende bewezen en vond de boete passend gezien de ernst en de listige werkwijze. De overschrijding van de redelijke termijn werd niet als reden tot vermindering van de boete gezien, mede door de vertragingen veroorzaakt door belanghebbende zelf.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag en vergrijpboete wordt ongegrond verklaard.