ECLI:NL:RBBRE:2009:BI0351
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op 30%-regeling voor directeur met maatschapsaandeel ingebracht in BV
Belanghebbende, woonachtig in België, trad op 1 mei 2002 toe tot een maatschap radiologen van een ziekenhuis en richtte op 15 december 2006 een BV op. Per 1 januari 2007 bracht zij haar maatschapsaandeel in deze BV in en trad zij als directeur in dienst. De kern van het geschil was of zij vanaf die datum recht had op toepassing van de 30%-regeling.
De rechtbank oordeelde dat een van de voorwaarden voor de 30%-regeling is dat sprake is van een ingekomen werknemer, gedefinieerd als een werknemer die door een inhoudingsplichtige uit een ander land is aangeworven en met specifieke deskundigheid die schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt. Hoewel belanghebbende over deze deskundigheid beschikt, was zij op het moment van het sluiten van de arbeidsovereenkomst reeds werkzaam in Nederland, waardoor zij niet als ingekomen werknemer kan worden aangemerkt.
De rechtbank baseerde zich hierbij op het arrest van de Hoge Raad van 28 april 2006, waarin is bepaald dat alleen werknemers die buiten Nederland wonen en niet in Nederland werkzaam zijn op het moment van het aangaan van de arbeidsovereenkomst als ingekomen werknemer gelden. Het feit dat belanghebbende haar werkzaamheden niet in dienstbetrekking verrichtte, deed hier niet aan af.
Belanghebbende voerde nog aan dat zij bij indiensttreding op 1 mei 2002 wel recht zou hebben gehad op de regeling en dat de ongelijke behandeling in strijd is met artikel 43 EG Pro-Verdrag, maar de rechtbank verwierp deze stellingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Belanghebbende heeft geen recht op toepassing van de 30%-regeling per 1 januari 2007.