ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ2902
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. de Werd
- C.A.F.M. Stassen
- A.A. den Hartog
- Rechtspraak.nl
Beoordeling teruggaaf accijns na tariefsverhoging voor overige alcoholhoudende dranken
Belanghebbende, een groothandel in alcoholhoudende dranken, kocht in december 2002 grote hoeveelheden drank inclusief accijns tegen het lagere tarief van €15,04 per hectoliter. Na de tariefsverhoging per 1 januari 2003 naar €17,75 per hectoliter bracht zij in maart 2003 een deel van deze voorraad over naar haar accijnsgoederenplaats (AGP) en vroeg zij teruggaaf van accijns aan tegen het hogere tarief.
De inspecteur stelde dat teruggaaf slechts mogelijk is tot het bedrag dat daadwerkelijk is betaald, dus tegen het lagere tarief van 2002. Belanghebbende betoogde dat de overgangsregeling een teruggaaf tegen het hogere tarief toestaat na de overgangsperiode. De rechtbank oordeelde dat de overgangsregeling slechts bewijsregels bevat en dat na afloop daarvan de normale wettelijke regeling geldt.
De rechtbank stelde vast dat de teruggaaf niet hoger kan zijn dan het daadwerkelijk betaalde bedrag, conform artikel 71 Wet Pro op de Accijns en de Europese Richtlijn 92/12/EEG. Omdat accijns over de drank die in maart 2003 in de AGP werd gebracht, was betaald tegen het lagere tarief, is teruggaaf tegen het hogere tarief niet mogelijk.
De naheffingsaanslag van €323.192 was daarom terecht opgelegd. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de naheffingsaanslag wegens te hoge teruggaaf accijns tegen het hogere tarief.