ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ5331
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veehandelregeling niet van toepassing, matiging boete wegens undue delay
Belanghebbende stelde dat zij gebruik had gemaakt van de veehandelregeling voor de omzetbelasting over het tijdvak 2001-2003. De inspecteur legde een naheffingsaanslag en een boete op omdat een schriftelijk verzoek en inwilliging ontbraken.
De rechtbank oordeelde dat het enkel aankruisen op een formulier niet als een verzoek tot toepassing van de regeling kan gelden. Belanghebbende kon geen bewuste standpuntbepaling van de inspecteur aantonen die vertrouwen rechtvaardigde. De naheffingsaanslag was terecht opgelegd.
Voor de boete stelde de rechtbank vast dat belanghebbende willens en wetens de reële kans aanvaardde dat te weinig omzetbelasting werd geheven, waardoor de boete terecht was opgelegd. De absolute hoogte van de boete werd echter als te hoog beoordeeld en verminderd van €125.755 naar €20.000 vanwege ernst van het vergrijp en overschrijding van de redelijke termijn.
De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €966. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de boetebeschikking betrof en ongegrond voor het overige.
Tegen deze uitspraak kon binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De boete wordt verminderd tot €20.000 wegens disproportionaliteit en undue delay, naheffingsaanslag blijft in stand.