ECLI:NL:RBBRE:2009:BK1244
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H.C. Blommers
- W. Brouwer
- M.G.J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling garantievoorziening en waardering bedrijfspand in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap met meerdere Duitse deelnemingen, vormde een garantievoorziening ter dekking van overgenomen garantieverplichtingen van deze deelnemingen jegens derden. De inspecteur betwistte de hoogte en rechtmatigheid van deze voorziening en corrigeerde de aangifte vennootschapsbelasting 2000. De rechtbank beoordeelde of de garantievoorziening terecht was gevormd en of de waardering van het bedrijfspand correct was.
De rechtbank stelde vast dat geen rechtsgeldige overdracht van garantieverplichtingen aan belanghebbende was aangetoond, waardoor geen voorziening ten laste van de winst kon worden gevormd. Ook het standpunt dat belanghebbende als borg aansprakelijk zou zijn, werd verworpen wegens gebrek aan aannemelijkheid. Verder werd geoordeeld dat de onderhoudskosten van het pand als aanschaffingskosten geactiveerd moesten worden en dat de afwaardering van het pand op een lagere bedrijfswaarde niet aannemelijk was gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aanslag vennootschapsbelasting zoals vastgesteld door de inspecteur. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting wordt gehandhaafd.