ECLI:NL:RBBRE:2009:BK1585
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing afwaardering regresvordering als resultaat uit overige werkzaamheden in inkomstenbelasting
Belanghebbende, directeur-grootaandeelhouder van een vennootschap, had een regresvordering op een dochtervennootschap waarvoor hij borg stond met een derde hypotheek. De inspecteur weigerde de afwaardering van deze regresvordering ten laste van het inkomen uit werk en woning te brengen, stellende dat de borgstelling onzakelijk was en derhalve in de kapitaalssfeer viel.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur niet in de bewijslast was geslaagd om aannemelijk te maken dat de borgstelling uit aandeelhoudersmotieven onder onzakelijke voorwaarden was verstrekt. Belanghebbende had aannemelijk gemaakt dat ten tijde van het aangaan van de borgtochtverplichting nog geen sprake was van een bodemloze put.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, stelde het verlies uit werk en woning vast op € 80.802 en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. De regresvordering valt onder de terbeschikkingstellingsregeling en de afwaardering leidt tot een negatief resultaat uit overige werkzaamheden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en staat de afwaardering van de regresvordering ten laste van het inkomen uit werk en woning toe.