ECLI:NL:RBBRE:2009:BK8205
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag en boete motorrijtuigenbelasting wegens schorsing en verblijf buitenland
Belanghebbende is houder van een personenauto waarvan het kentekenbewijs vanaf 9 november 2007 was geschorst. Op 29 september 2008 werd vastgesteld dat belanghebbende met deze auto reed terwijl de schorsing nog van kracht was. De inspecteur legde daarop een naheffingsaanslag op voor vier kwartalen en een boete van 100%.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur, gelet op het gebruik van het woord 'kan' in artikel 35, eerste lid Wet MRB, discretionair had moeten beoordelen of naheffing over vier kwartalen passend was. Omdat belanghebbende zich gedurende de eerste twee kwartalen in het buitenland bevond en de auto in die periode in een garage stond voor reparatie, had de inspecteur de naheffing moeten beperken tot twee kwartalen.
Verder acht de rechtbank een boete van 25% passend, mede omdat belanghebbende niet alle schuld ontkent, maar een eerdere naheffing uit 2005 niet aan hem te wijten was. De rechtbank vernietigt de uitspraken op bezwaar, vermindert de naheffingsaanslag tot twee kwartalen en de boete tot 25%, en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete worden verminderd en de inspecteur wordt veroordeeld in proceskosten.