ECLI:NL:RBBRE:2009:BV7529
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting 1998 na winstcorrectie en loonbelastingvoorziening
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 1998, alsmede tegen de beschikking heffingsrente. De inspecteur had een aanslag opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 154.455 en heffingsrente vastgesteld. Bij uitspraak op bezwaar werd het bezwaar aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard, maar de inspecteur erkende later dat dit onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende ontvankelijk was in zijn bezwaar en vernietigde de uitspraken op bezwaar. De rechtbank paste een winstcorrectie toe van ƒ 60.000, gebaseerd op 60% van een redelijke totale winstcorrectie van ƒ 100.000, omdat belanghebbende voor 60% gerechtigd was tot de winst van de vennootschappen onder firma. Tevens werd een voorziening voor naheffingsaanslagen loonbelasting over de jaren 1996-1998 toegestaan, ter hoogte van ƒ 663.972.
De combinatie van de winstcorrectie en de loonbelastingvoorziening leidde tot een vastgesteld verlies van ƒ 499.517 (€ 226.671) voor 1998. De beschikking heffingsrente werd vernietigd en op nihil gesteld. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende, inclusief vergoeding van het betaalde griffierecht.
De rechtbank motiveerde haar oordeel mede op basis van het ontbreken van een deugdelijke administratie door belanghebbende en de toepassing van redelijke schattingen door de inspecteur. De zaak werd niet terugverwezen naar de inspecteur wegens proceseconomische redenen en omdat belanghebbende niet in haar procesbelang werd geschaad.
Uitkomst: De rechtbank vernietigde de aanslag inkomstenbelasting 1998 en stelde het verlies vast op € 226.671.