ECLI:NL:RBBRE:2010:BL4457
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep en bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting Belgische BVBA
Belanghebbende, een Belgische BVBA, stelde beroep in tegen de fictieve weigering van de inspecteur om uitspraak te doen op bezwaar tegen een naheffingsaanslag loonbelasting en een verzuimboete. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende had ingestemd met een opschorting van de uitspraak tot vier weken na het indienen van de aangifte, maar dat de brief van 6 februari 2009 niet als aangifte kon worden beschouwd. Hierdoor was het beroep prematuur en niet-ontvankelijk voor zover het gericht was tegen het niet tijdig doen van uitspraak.
Verder stelde belanghebbende dat haar directeur-grootaandeelhouder (DGA) niet als werknemer kon worden aangemerkt vanwege Belgische opcentiemenbelasting. De rechtbank oordeelde dat deze opcentiemen weliswaar een belasting naar het inkomen zijn, maar niet door de Belgische Staat, doch door gemeenten worden geheven, zodat artikel 2, lid 5, Wet LB niet van toepassing is en de DGA als werknemer in dienstbetrekking wordt beschouwd.
Belanghebbende voerde subsidiar de premies AOW en AWBZ aan die volgens haar tot vermindering van de aanslag moesten leiden. De rechtbank bevestigde dat de DGA verzekerd was voor deze premies en dat de dubbele verzekeringsplicht niet leidde tot het ontbreken van extra uitkeringsrechten. De naheffingsaanslag van €1.800 en de verzuimboete van €18 werden gehandhaafd. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk voor het niet tijdig doen van uitspraak en de naheffingsaanslag en verzuimboete worden bevestigd.