ECLI:NL:RBBRE:2010:BL6143
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid kosten en voorziening ontnemingsvordering bij productie xtc-pillen
Belanghebbende is strafrechtelijk veroordeeld voor de productie van xtc-pillen en deelname aan een criminele organisatie, waarbij hij de leider was. Naar aanleiding van deze veroordeling heeft de inspecteur correcties aangebracht in de belastingaanslagen over de jaren 2001 tot en met 2004, waaronder het niet in aftrek toelaten van kosten die verband houden met het misdrijf en het vormen van een voorziening voor de ontnemingsvordering.
De rechtbank bevestigt dat de kosten die samenhangen met de productie van xtc-pillen terecht niet in aftrek zijn toegelaten op grond van artikel 3.14 van de Wet inkomstenbelasting 2001. De inspecteur heeft deze kosten op redelijke wijze berekend en verdeeld over de betrokken jaren. De stelling van belanghebbende dat hij slechts als koerier optrad wordt verworpen.
Voorts oordeelt de rechtbank dat de vorming van een voorziening ten laste van de winst over 2004 gerechtvaardigd en geboden is, omdat de toekomstige last van de ontnemingsvordering zijn oorsprong vindt in gebeurtenissen vóór 31 december 2004. De voorziening is pro rata toegerekend over de jaren 2001 tot en met 2004 en het bedrag komt overeen met de definitieve ontnemingsvordering.
Ten slotte wordt de opgelegde vergrijpboete van € 14.872 passend en geboden geacht, gelet op de ernst van de gedraging en de lange behandelduur. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag en boete worden bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag en boete worden bevestigd.