ECLI:NL:RBBRE:2010:BL6155
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek van kosten verbonden aan productie van xtc-pillen na strafrechtelijke veroordeling
Belanghebbende is strafrechtelijk veroordeeld voor de productie van xtc-pillen en deelname aan een criminele organisatie, waarbij hij de leider was. Naar aanleiding van deze veroordeling heeft de inspecteur kosten die verband houden met het misdrijf niet in aftrek toegelaten bij de belastingaanslag over de jaren 2001 tot en met 2004. Belanghebbende stelde dat een voorziening voor de ontnemingsvordering al in 2001 gevormd had kunnen worden, maar de rechtbank oordeelde dat dit pas vanaf 2004 mogelijk was, het jaar waarin de veroordeling onherroepelijk werd en het strafrechtelijk financieel onderzoek startte.
De rechtbank stelde vast dat de inspecteur de niet-aftrekbare kosten op redelijke wijze had berekend en verwierp het standpunt van belanghebbende dat hij slechts als koerier had gefungeerd. Ook het argument dat de kosten over vijf in plaats van vier personen verdeeld moesten worden, werd verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de opgelegde boete van € 27.564 wegens het willens en wetens nalaten van aangifte.
De uitspraak benadrukt dat kosten die verband houden met een misdrijf waarvoor een onherroepelijke veroordeling is uitgesproken, niet aftrekbaar zijn bij het bepalen van de winst uit onderneming. Tevens bevestigt de rechtbank dat de aftrekbeperking toegepast moet worden in het jaar waarin de kosten ten laste zijn gebracht, mits aan de voorwaarden is voldaan.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag en boete worden bevestigd.