ECLI:NL:RBBRE:2010:BM9495
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A.F.M. Stassen
- M.M. de Werd
- R.W. Otto
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag inkomstenbelasting wegens te late oplegging
Belanghebbende, een Nederlandse belastingplichtige met een diplomatiek paspoort en werkzaam bij het Ministerie van Defensie, kreeg over het jaar 2001 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd. De inspecteur stelde een aanslag vast met een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van €184.966 en heffingsrente van €7.750. Belanghebbende stelde dat het aanslagbiljet pas op 4 mei 2005 werd ontvangen, terwijl de inspecteur de dagtekening 29 april 2005 voerde.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur onvoldoende bewijs leverde dat het aanslagbiljet vóór of uiterlijk op 30 april 2005 ter post was bezorgd. De inspecteur bracht slechts een resultatennota met datum 25 april 2005 in, maar kon niet aantonen dat het biljet daadwerkelijk tijdig was verzonden. Gelet op het feit dat belanghebbende dit onweersproken stelde, kwam het risico van de onzekerheid omtrent de datum van terpostbezorging voor rekening van de inspecteur.
Hierdoor werd de aanslag en de beschikking heffingsrente vernietigd. De overige geschilpunten, waaronder de vraag naar belastingvrijstelling wegens diplomatiek paspoort en aftrekposten, behoefden geen behandeling meer. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de inspecteur het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoedt.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de aanslag inkomstenbelasting en heffingsrente wegens te late oplegging.