ECLI:NL:RBBRE:2010:BM9733
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- G.H.C. Blommers
- M.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting op basis van buitenlandse bankgegevens
De FIOD ontving in februari 2005 informatie van Belgische autoriteiten over Nederlandse rekeninghouders bij Van Lanschotbank Luxemburg, waaronder belanghebbende. Na correspondentie en het verkrijgen van aanvullende gegevens van belanghebbende werd in december 2007 een navorderingsaanslag opgelegd over 1995.
Belanghebbende betwistte de verlengde navorderingstermijn van 12 jaar en stelde dat de aanslag onredelijk laat was opgelegd. De rechtbank oordeelde dat de termijn tussen ontvangst van de buitenlandse informatie en het opleggen van de aanslag niet langer was dan noodzakelijk gezien de complexiteit van de identificatie en het verzamelen van gegevens.
Verder stelde belanghebbende dat de helft van de inkomsten uit de rekening aan een ander toekwam, maar kon dit niet overtuigend aantonen. De rechtbank concludeerde dat de aanslag terecht op naam van belanghebbende is gesteld.
De verhoging van de aanslag werd passend geacht, waarbij een kwijtschelding van 50% werd toegepast vanwege opzet. De rechtbank constateerde een lichte overschrijding van de redelijke termijn, maar vond deze gecompenseerd door de erkenning van een inbreuk op artikel 6 EVRM Pro.
Ten slotte wees de rechtbank het verzoek af om inzage in de buitenlandse informatie, omdat de aanslag was gebaseerd op door belanghebbende zelf verstrekte gegevens. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1995 wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd.