ECLI:NL:RBBRE:2010:BN4080
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering met terugwerkende kracht van WAO-uitkering op grond van artikel 44 WAO
Eiser, arbeidsongeschikt verklaard sinds 1980, ontving een WAO-uitkering die werd aangepast op basis van gewijzigde arbeidsinkomsten. Verweerder (UWV) heeft de uitkering met terugwerkende kracht gekort conform artikel 44 van Pro de WAO, omdat eiser meer uren ging werken en meer loon ontving.
Eiser stelde dat hij op basis van een brief van verweerder mocht vertrouwen dat zijn inkomsten geen invloed hadden op de uitkering, en betwistte dat het voor hem duidelijk was dat hij te veel uitkering ontving. De rechtbank stelde vast dat verweerder aanvankelijk onvoldoende had gemotiveerd waarom de korting werd toegepast, maar dat dit gebrek later was hersteld.
De rechtbank concludeerde dat verweerder een consistent beleid hanteert en dat de richtlijnen op redelijke wijze zijn toegepast. Ondanks het niet adequaat reageren op wijzigingsformulieren, was het eiser redelijkerwijs duidelijk dat hij teveel uitkering ontving. Het beroep werd gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten, het verzoek om wettelijke rente werd afgewezen.
Uitkomst: De WAO-uitkering van eiser is terecht met terugwerkende kracht gekort, ondanks vernietiging van het besluit wegens motiveringsgebrek, waarbij de rechtsgevolgen in stand blijven.