ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WAO-uitkering na onvolledige informatie appellant
Appellant ontving sinds 1981 een WAO-uitkering die in 2004 werd herzien vanwege twee dienstverbanden. In 2007 gaf appellant aan meer uren te gaan werken, maar verstrekte onvolledige informatie over de omvang van zijn dienstverbanden en inkomsten. Het UWV handhaafde daarop de herziening en besloot tot terugvordering van te veel ontvangen uitkering.
De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende motivering, waarna het UWV een nadere motivering gaf gebaseerd op beleidsregels en instructies. De rechtbank oordeelde dat het UWV de regels consistent en redelijk toepaste en dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat hij te veel uitkering ontving.
In hoger beroep betoogde appellant dat de toezegging in de brief van 14 februari 2007 hem zekerheid gaf over de uitkeringshoogte. De Raad volgde dit niet omdat de door appellant verstrekte informatie incompleet was, waardoor de reactie van het UWV niet als een eenduidige toezegging kon worden gezien.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling of rentevergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.