ECLI:NL:CRVB:2005:AT3544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking AAW-uitkering wegens strijd met motiveringsbeginsel
De zaak betreft een geschil over de intrekking van een AAW-uitkering aan een zelfstandige stukadoor vanwege het niet tijdig aanleveren van jaarstukken over 1997. Het UWV had de uitkering ingetrokken per 1 januari 1997, maar maakte deze intrekking ongedaan toen de jaarstukken alsnog werden ingeleverd in juni 2000. De gemachtigde van de gedaagde stelde dat de jaarstukken te laat waren ingediend en dat de uitkering herzien of hervat moest worden.
De rechtbank Almelo oordeelde dat het beleid van het UWV, neergelegd in een Regeling, niet gebaseerd kon worden op artikel 26a van de AAW, omdat dit artikel niet voorziet in heropening van een ingetrokken uitkering. De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV wegens strijd met het motiveringsbeginsel.
In hoger beroep stelde het UWV dat het beleid buitenwettelijk maar begunstigend was en dat het artikel 26a van de AAW en de Regeling wel degelijk van toepassing waren. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat artikel 26a AAW geen mogelijkheid biedt tot heropening van een ingetrokken uitkering en dat het beleid van het UWV buitenwettelijk was. De Raad oordeelde dat het beleid consistent en redelijk moest worden toegepast, maar dat het UWV in dit geval onzorgvuldig had gehandeld en het besluit ondeugdelijk had gemotiveerd.
De Raad bevestigde het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de uitspraak van de Raad. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan het UWV.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de AAW-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.