ECLI:NL:RBBRE:2010:BN7870
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.A. den Hartog
- W. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag buitenlandse bankrekening en bewijslast omkering
Belanghebbende werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1995, gebaseerd op gegevens van een buitenlandse bankrekening van haar echtgenoot bij Van Lanschot Bankiers Luxembourg. Deze gegevens werden verkregen via de Belgische autoriteiten na een huiszoeking in een garagebox, waarna de Nederlandse belastingdienst het project Bank Zonder Naam startte om dergelijke niet opgegeven buitenlandse tegoeden te traceren.
De rechtbank oordeelde dat de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar terecht werd toegepast, omdat de inspecteur pas in 2005 over de informatie beschikte en daarna met redelijke voortvarendheid de aanslag voorbereidde. De stukken werden rechtmatig verkregen en voldoende aan belanghebbende overgelegd, waarbij anonimiseringsmaatregelen gerechtvaardigd waren.
De identificatie van de echtgenoot als rekeninghouder werd als betrouwbaar beoordeeld, en de bewijslast werd terecht omgekeerd en verzwaard. Belanghebbende slaagde er niet in te bewijzen dat de navorderingsaanslag onjuist was. De schatting van het inkomen op basis van een fictief rendement van 6% werd als redelijk beschouwd.
De verhoging van 100% werd echter vernietigd, omdat de inspecteur niet kon aantonen dat belanghebbende op de hoogte was van de buitenlandse rekening, waardoor de vereiste schuld of opzet ontbrak. De heffingsrente werd als correct berekend bevestigd. De inspecteur werd veroordeeld tot betaling van een deel van de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Navorderingsaanslag bevestigd zonder verhoging wegens gebrek aan bewijs van opzet belanghebbende.