ECLI:NL:RBBRE:2010:BN7976
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.A. den Hartog
- W. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verhoging navorderingsaanslag buitenlandse bankrekening wegens gebrek aan opzet
Belanghebbende werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag vermogensbelasting over 1996, gebaseerd op gegevens van een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxembourg, waarvan haar echtgenoot rekeninghouder was. De inspecteur maakte gebruik van een verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar, gesteund op informatie die via de Belgische autoriteiten was verkregen.
De rechtbank oordeelde dat de verlengde navorderingstermijn terecht werd toegepast en dat de inspecteur alle relevante stukken, ook geanonimiseerd, aan belanghebbende had overgelegd. Het bewijs werd als rechtmatig verkregen beschouwd, mede gezien eerdere jurisprudentie over vergelijkbare situaties. De identificatie van de echtgenoot als rekeninghouder werd als betrouwbaar aangemerkt.
Belanghebbende ontkende kennis van de buitenlandse rekening, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken, waardoor de bewijslast terecht werd omgekeerd en verzwaard. De rechtbank achtte de schatting van de inspecteur van het niet opgegeven vermogen redelijk. De verhoging van 100% werd echter vernietigd omdat de inspecteur niet had bewezen dat belanghebbende op de hoogte was van de rekening, waardoor de vereiste schuld of opzet ontbrak.
De heffingsrente werd gehandhaafd en de inspecteur werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Breda op 8 september 2010.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt gehandhaafd zonder verhoging; de 100% verhoging wordt vernietigd wegens gebrek aan bewijs van opzet.