ECLI:NL:RBBRE:2010:BP1599
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belanghebbende niet aansprakelijk voor onbetaalde belastingschulden schoonmaakbedrijf
Belanghebbende beheert een jongerencentrum en huurde een schoonmaakbedrijf in voor wekelijkse schoonmaakwerkzaamheden. Na het faillissement van het schoonmaakbedrijf werd belanghebbende aansprakelijk gesteld voor onbetaalde loon- en omzetbelastingschulden over een bepaalde periode.
De rechtbank stelde vast dat de werknemers van het schoonmaakbedrijf de werkzaamheden niet rechtstreeks in opdracht van belanghebbende verrichtten en dat er geen sprake was van ter beschikking stellen van werknemers in de zin van artikel 34 van Pro de Invorderingswet 1990. Ook vond de rechtbank dat de werkzaamheden niet onder toezicht of leiding van belanghebbende plaatsvonden.
De rechtbank vernietigde de beschikking aansprakelijkstelling en verklaarde het beroep gegrond. Tevens veroordeelde zij de ontvanger in de proceskosten van belanghebbende en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. De rechtbank oordeelde dat de ontvanger geen bijzondere omstandigheid had veroorzaakt die een volledige vergoeding van proceskosten rechtvaardigde.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de aansprakelijkstelling en verklaart het beroep van belanghebbende gegrond.