ECLI:NL:RBBRE:2010:BT2069
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.A.P. van Roij
- D. Hund
- M.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2003
Belanghebbende, bestuurder van een BV waarvan zijn kinderen de aandelen bezitten, betwistte de navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2003. De aanslag betrof een bedrag van € 170.561 belastbaar inkomen uit werk en woning en een bedrag van € 1.854 uit sparen en beleggen, inclusief heffings- en revisierente.
De kern van het geschil betrof de fiscale behandeling van een bedrag van € 218.430 dat belanghebbende in 2003 van de BV ontving na omzetting van een levenslange saldolijfrente in een tijdelijke lijfrente. Belanghebbende voerde aan dat sprake was van ambtelijk verzuim en dat het vertrouwensbeginsel navordering zou verhinderen.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van ambtelijk verzuim, omdat de inspecteur niet hoefde uit te gaan van de gewijzigde situatie van de saldolijfrente zonder aanwijzingen. Ook was geen in rechte te beschermen vertrouwen gewekt dat navordering zou uitsluiten. De rechtbank stelde vast dat de omzetting en betaling fiscaal correct waren en dat het ontvangen bedrag belastbaar was als inkomen uit werk en woning.
Daarmee werd het beroep ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag inclusief rente gehandhaafd. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag 2003 wordt ongegrond verklaard en de aanslag inclusief rente gehandhaafd.