ECLI:NL:RBBRE:2011:BP7733
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over tijdigheid teruggaafbeschikking inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en kostenvergoeding
Belanghebbende diende een verzoek in tot teruggaaf van te veel ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2008. De inspecteur gaf de teruggaafbeschikking pas na het verstrijken van een redelijke termijn, waarna belanghebbende beroep instelde wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt dat de teruggaafbeschikking geen beschikking op aanvraag is en dat geen wettelijke beslistermijn geldt, maar dat het uitblijven van een tijdige beschikking als een besluit in de zin van de Awb kan worden aangemerkt.
De rechtbank stelt dat een redelijke termijn is verstreken op het moment van vaststelling van de inkomstenbelastingaanslag, waarop de teruggaafbeschikking had moeten volgen. Het ingediende formulier wordt niet als bezwaarschrift tegen het niet tijdig beslissen aangemerkt, maar wel als ingebrekestelling. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is ontvankelijk en gegrond, waardoor de inspecteur onrechtmatig heeft gehandeld.
De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de door belanghebbende gemaakte kosten (€61,88) en proceskosten (€655,50). De berekening van de teruggaaf op €693 wordt als juist beoordeeld, ondanks een betwist bedrag van €714 door belanghebbende. De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar en bevestigt het recht op tijdige teruggaaf en schadevergoeding.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens te late teruggaafbeschikking, schadevergoeding en proceskosten toegekend, teruggaafbedrag bevestigd op €693.