ECLI:NL:RBBRE:2011:BP9755
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechter oordeelt over onzakelijke uitgaven en boete in inkomstenbelastingzaak
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een B.V., werd geconfronteerd met een aanslag inkomstenbelasting en een vergrijpboete opgelegd door de inspecteur. De zaak betrof betalingen door de B.V. aan een Antilliaanse vennootschap waarvoor geen wezenlijke prestaties waren geleverd, waardoor deze betalingen als onzakelijk en als uitdeling aan belanghebbende werden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat geen compromis was bereikt tussen partijen en dat de aanslag tijdig en terecht was opgelegd met omkering van de bewijslast. Uit tapgesprekken, overeenkomsten en jaarstukken bleek dat belanghebbende economisch eigenaar was van de Antilliaanse vennootschap en dat de betalingen niet zakelijk waren. De uitgaven dienden ter bevrediging van persoonlijke behoeften van belanghebbende.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, stelde het belastbaar inkomen uit werk en woning lager vast en matigde de boete tot €7.000 wegens omkering van de bewijslast en undue delay. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De beschikking heffingsrente werd dienovereenkomstig aangepast.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de aanslag en boete, en veroordeelt de inspecteur in proceskosten.