ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ0015
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bouwvergunning en vrijstelling voor windturbines wegens strijd natuurcompensatiebeleid
De rechtbank Breda behandelde het beroep tegen het besluit van 31 augustus 2010 waarbij het college van burgemeester en wethouders van Etten-Leur een bouwvergunning en vrijstelling verleende voor de oprichting van vijf windturbines op een perceel nabij Etten-Leur. Eisers betoogden dat het project onvoldoende rekening hield met landschappelijke eenheid, fauna, recreatie en natuurwaarden, en dat de natuurcompensatie niet adequaat was geregeld.
De rechtbank oordeelde dat het beroep van eiseres sub 1 niet-ontvankelijk was wegens gebrek aan rechtstreeks belang, maar dat het beroep van eiseres sub 2, de Stichting Vogels in Brabant, ontvankelijk was omdat zij redelijkerwijs geen zienswijzen kon indienen gezien de onduidelijkheid over de procedure.
De kern van het geschil betrof de verklaring van geen bezwaar (vvgb) afgegeven door gedeputeerde staten, die volgens de rechtbank in strijd was met de Beleidsregel natuurcompensatie. De compensatieovereenkomst voldeed niet aan de vereiste planologische verankering in een bestemmingsplan. Verweerder had daarom geen gebruik mogen maken van de vvgb. Door deze toch zonder nadere motivering aan het besluit ten grondslag te leggen, handelde verweerder in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiseres sub 2 gegrond en vernietigde het bestreden besluit, met de verplichting voor verweerder om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres sub 2.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd wegens strijd met natuurcompensatievoorschriften en schending van zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.