ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ3849
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Hund
- C.A.F.M. Stassen
- R.W. Otto
- Rechtspraak.nl
Niet-ingezetene mag negatieve inkomsten buitenlandse eigen woning aftrekken zonder optie Wet IB 2001
Belanghebbende, woonachtig in België en in loondienst werkzaam in Nederland, betwistte de weigering van de inspecteur om de per saldo negatieve opbrengst van zijn in België gelegen eigen woning in aftrek te brengen op zijn Nederlandse belastbare inkomen uit werk en woning. De inspecteur stelde dat aftrek slechts mogelijk was indien belanghebbende opteerde voor de regeling van artikel 2.5 Wet IB 2001.
De rechtbank bevestigde dat Nederland niet-ingezetenen discrimineert door hen niet toe te staan negatieve inkomsten uit een buitenlandse eigen woning in aftrek te brengen, terwijl ingezetenen dit wel mogen. Deze discriminatie kan niet worden geneutraliseerd door het keuzerecht van artikel 2.5 Wet IB 2001, mede vanwege de terugname- of 'claw back'-regeling die de keuze verplicht voort te zetten.
De rechtbank verwees naar het arrest Gielen van het Hof van Justitie van de EU, waarin werd vastgesteld dat dergelijke discriminatie in strijd is met artikel 49 VWEU Pro. Gezien de disproportionele werking van de keuzeregeling achtte de rechtbank het onredelijk om van belanghebbende te verlangen dat hij de optie toepast.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 63.956. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat belanghebbende zonder optie artikel 2.5 Wet IB 2001 negatieve inkomsten uit zijn buitenlandse woning mag aftrekken en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van € 63.956.