ECLI:NL:HR:2010:BN0666
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over urencriterium en zelfstandigenaftrek bij buitenlandse winst
De zaak betreft een cassatieberoep van belanghebbende tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch over de toepassing van het urencriterium en de zelfstandigenaftrek bij buitenlandse winst. Na een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de EU is geoordeeld dat uren besteed aan werkzaamheden voor een buitenlandse vestiging meetellen voor het urencriterium volgens artikel 3.6 Wet IB 2001.
Het Hof had de aanslag verminderd, maar de Hoge Raad vernietigt dit oordeel omdat het Hof niet voldoende gemotiveerd heeft waarom het subsidiaire standpunt van de Inspecteur werd gevolgd. De Hoge Raad stelt de aanslag vast op basis van een belastbaar inkomen van € 8.593 en een arbeidskorting van € 53.
Verder wordt bevestigd dat de zelfstandigenaftrek volledig moet worden toegepast op de Nederlandse winst, conform een beleidsregel van de Minister van Financiën. De totale winst van € 88.849 wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de zelfstandigenaftrek, die € 2.984 bedraagt.
De Minister van Financiën wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2010.
Uitkomst: De aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van € 8.593 met een arbeidskorting van € 53 en de Minister van Financiën wordt veroordeeld in de proceskosten.