ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6251
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding kennisneming stukken in belastingzaak op grond van artikel 8:29 Awb
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de inspecteur navorderingsaanslagen en boetes opgelegd aan belanghebbenden, die hiertegen beroep instelden. Belanghebbenden verzochten inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder diverse documenten uit België en interne memo's. De inspecteur overhandigde geschoonde versies en deed een verzoek om beperkte kennisneming van bepaalde gegevens op grond van artikel 8:29 Awb Pro.
De rechtbank heeft de stukken beoordeeld en een belangenafweging gemaakt tussen het belang van belanghebbenden bij volledige inzage en het belang van de inspecteur bij geheimhouding. De rechtbank concludeert dat de bescherming van persoonsgegevens van derden, het belang van effectieve opsporing en vervolging, controlestrategische overwegingen en het belang van internationale betrekkingen zwaarwegend zijn.
Daarom acht de rechtbank de beperking van kennisneming gerechtvaardigd voor diverse documenten, waaronder de Belgische aanbiedingsbrief, bijbehorende nota's en bijlagen, proces-verbalen van toetsen, memo's en interne stukken. De rechtbank wijst ook verzoeken om aanvullende documenten af wegens het ontbreken van relevantie of het niet beschikken over die stukken.
De beslissing is genomen door rechter M.M. de Werd en griffier M.S.J. Pijnenburg-Braspenning op 18 maart 2011. Tegen deze tussenbeslissing kan niet eerder beroep worden ingesteld dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van kennisneming van stukken op grond van artikel 8:29 Awb gerechtvaardigd is.