ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ6977
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering en vernietiging van navorderingsaanslagen wegens onvoldoende voortvarendheid en onjuiste boetebeschikkingen
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen voor de jaren 1995 tot en met 2005 op basis van gegevens over een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxembourg, waarvan de inspecteur aannemelijk maakte dat de echtgenote van belanghebbende rechthebbende was.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur de gegevens rechtmatig had verkregen en dat de authenticiteit van de informatie voldoende was aangetoond. De inspecteur had de bewijslast voor de identificatie van de rekeninghouder voldoende vervuld. Wel werd geoordeeld dat de inspecteur onvoldoende voortvarend had gehandeld bij het opleggen van de tweede serie navorderingsaanslagen, doordat hij bijna een jaar had gewacht na de eerste serie.
Verder werden op enkele aanslagbiljetten boetes en heffingsrente niet afzonderlijk vermeld, waardoor volgens de rechtbank geen geldige beschikkingen tot stand waren gekomen. De rechtbank vernietigde daarom diverse boetebeschikkingen en heffingsrenteverhogingen. Ook oordeelde de rechtbank dat de boetes niet terecht waren opgelegd omdat niet was bewezen dat belanghebbende op de hoogte was van de buitenlandse rekening. Tot slot kende de rechtbank proceskostenvergoeding toe en bepaalde zij dat het onderzoek wordt heropend voor een nadere uitspraak over immateriële schadevergoeding.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt en vermindert diverse navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen wegens onvoldoende voortvarendheid en onjuiste vermelding op aanslagbiljetten en kent proceskostenvergoeding toe.