ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ7728
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting en boetebeschikking wegens onjuiste vaststelling belastbaar inkomen
Belanghebbende, voormalig CEO van een NV, werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en een boetebeschikking over het jaar 2000. De kern van het geschil betrof de vraag of de bewijslast terecht was omgekeerd vanwege het niet indienen van de aangifte, of aan belanghebbende optierechten waren verleend en of er kwijtscheldingen hadden plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende zelf verantwoordelijk was voor het niet ontvangen van post vanwege het niet doorgeven van een adreswijziging, waardoor de bewijslast terecht was omgekeerd. Wel stelde de rechtbank vast dat de aanslag tot een te hoog bedrag was vastgesteld, omdat niet alle optierechten aan belanghebbende waren toegekend en dat leningen en rente daarop niet van toepassing waren.
De rechtbank vernietigde de navorderingsaanslag en de boetebeschikking, oordeelde dat het belastbaar inkomen lager moest worden vastgesteld en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende. Tevens wees zij op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en boetebeschikking worden vernietigd en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.