ECLI:NL:RBBRE:2011:BR4451
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt inhoudingsplicht en naheffingsaanslag loonheffing bij uitzendwerkzaamheden
Belanghebbende voerde buitenlandse werknemers in Nederland te werk bij een Nederlandse BV zonder schriftelijke overeenkomst en zonder loonadministratie. De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonheffing en een boete op wegens het niet voldoen aan inhoudingsplicht en administratieplicht.
De rechtbank beoordeelde of belanghebbende inhoudingsplichtige was op grond van de Wet op de loonbelasting 1964. De rechtbank stelde vast dat, ook indien belanghebbende niet in Nederland woonachtig was, hij inhoudingsplichtig was vanwege het verrichten van uitzendwerkzaamheden via een vaste inrichting in Nederland. Dit werd onderbouwd met verklaringen van de BV en feiten over de aansturing en werkzaamheden van de werknemers.
Omdat belanghebbende geen loonadministratie voerde, werd de bewijslast omgekeerd. Belanghebbende slaagde er niet in de onjuistheid van de naheffingsaanslag aan te tonen. De rechtbank achtte de berekening van de inspecteur redelijk en wees het beroep af. Tevens werd de opgelegde boete van €29.094 passend geacht wegens opzet of grove schuld.
Het verzoek van belanghebbende om getuigen te horen werd afgewezen wegens strijd met de goede procesorde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag en boete wordt ongegrond verklaard.