ECLI:NL:RBBRE:2011:BU2934
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep op dwangsom wegens niet tijdig beslissen over algemene heffingskorting
Belanghebbende verzocht in 2010 om toekenning van de algemene heffingskorting over het jaar 2002. Omdat de inspecteur niet tijdig op dit verzoek besliste, stelde belanghebbende de inspecteur in gebreke en vorderde vervolgens een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelde dat noch het verzoek tot toekenning van de heffingskorting, noch de ingediende aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2002 een aanvraag vormen in de zin van artikel 4:17 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit de parlementaire geschiedenis en jurisprudentie, waarin is vastgesteld dat belastingaanslagen ambtshalve worden opgelegd en niet op aanvraag plaatsvinden.
Daarom is niet voldaan aan de voorwaarden voor het recht op een dwangsom. Het beroep van belanghebbende is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek tot toekenning van een dwangsom af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek geen aanvraag in de zin van artikel 4:17 Awb is en geen recht op dwangsom bestaat.