ECLI:NL:RBBRE:2011:BU6193
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning familiaal verschoningsrecht aan getuige in civiele procedure ondanks beperkte familiale banden
In deze civiele procedure stond centraal of een getuige, die als zwager van de vereffenaar van een BV wordt beschouwd, zich kon beroepen op het familiaal verschoningsrecht ex art. 165 lid 2 sub a Rv Pro. De kantonrechter stelde vast dat de wetgever zwagers tot de categorie verschoningsgerechtigden rekent, ongeacht de intensiteit van de familiale verhoudingen. Hoewel de contacten tussen de getuige en de vereffenaar beperkt waren, werd het verschoningsrecht toegekend.
De procedure speelde zich af tegen de achtergrond van de ontbinding en vereffening van de BV Centrum voor Tandheelkunde B.V. (CvT). De kantonrechter oordeelde dat de vereffening nog niet was beëindigd op het moment van het getuigenverhoor, waardoor de vereffenaar als partij kon worden aangemerkt. De getuige, als aanverwant in de tweede graad van de vereffenaar, kon zich daarom beroepen op het verschoningsrecht.
De kantonrechter erkende het belang van waarheidsvinding, maar vond dat dit niet zwaarder woog dan het familiaal verschoningsrecht. Tevens werd op grond van jurisprudentie het recht op tussentijds hoger beroep tegen deze beslissing toegekend. De beschikking werd op 16 november 2011 uitgesproken door kantonrechter C. Wallis.
Uitkomst: Het familiaal verschoningsrecht van de getuige als zwager van de vereffenaar wordt erkend en tussentijds hoger beroep tegen deze beslissing wordt toegestaan.