ECLI:NL:RBBRE:2011:BU7539
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering voortzetting huurovereenkomst wegens ontbreken duurzame gemeenschappelijke huishouding
Eiser vordert voortzetting van de huurovereenkomst van zijn overleden vader op grond van artikel 7:268 lid 2 BW Pro en subsidiair schadevergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking. Woonlinie verzet zich tegen de vordering en stelt dat eiser niet aan de voorwaarden voldoet en zonder recht of titel in de woning verblijft.
De kantonrechter oordeelt dat eiser ontvankelijk is omdat het herstelexploot tijdig is uitgebracht en minder dan zes maanden zijn verstreken sinds het overlijden. Vaststaat dat eiser zijn hoofdverblijf had in het gehuurde, maar niet dat er sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding met zijn vader. De intentie om samen een bedrijf te starten en de betaling van kosten zijn onvoldoende om een duurzame huishouding aan te nemen.
De vordering tot voortzetting wordt afgewezen. Eiser verblijft zonder titel in de woning en is gehouden gebruiksvergoeding te betalen. De subsidiaire vordering tot schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Eiser wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van achterstallige huur en gebruiksvergoeding. Proceskosten worden aan eiser opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur.