ECLI:NL:RBBRE:2011:BV0726
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over waarde en betaling legaat appartement in successierechtzaak
Belanghebbende erfde een appartement krachtens testament, waarbij zij een bedrag van € 226.890,12 aan de dochter van de erflater moest betalen binnen drie maanden na overlijden. De notariële akte bevestigde de levering van het appartement, maar belanghebbende betaalde het bedrag in twee termijnen, later dan de gestelde termijn.
De inspecteur legde een aanslag successierecht op gebaseerd op een hogere waarde van het appartement (€ 340.335). Belanghebbende betwistte de waarde en de verkrijging krachtens erfrecht vanwege de late betaling. De rechtbank oordeelt dat het vermoeden bestaat dat het appartement is verkregen door legaat en niet door koop, en dat de late betaling niet automatisch het legaat uitsluit.
De rechtbank stelt belanghebbende in de gelegenheid om bewijs te leveren voor de lagere waarde en ontzenuwing van het vermoeden. Tevens wordt onderzocht of belanghebbende recht heeft op vrijstelling wegens samenwoning met de erflater, waarvoor de duur van de gemeenschappelijke huishouding relevant is.
De procedure wordt geschorst voor nadere informatie en overleg tussen inspecteur en gemachtigde. De uitspraak van 23 maart 2010 wordt vernietigd en verdere beslissing aangehouden.
Uitkomst: De uitspraak van de inspecteur wordt vernietigd en verdere beslissing aangehouden voor nadere informatie.