ECLI:NL:RBBRE:2011:BV1246
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tweede uitspraak op bezwaar inzake heffingsrente aanslag vennootschapsbelasting
Belanghebbende heeft haar onderneming in 2005 verkocht en de koopsom in termijnen in 2006 ontvangen. Over de aanslag vennootschapsbelasting 2005 is heffingsrente berekend vanaf 1 juli 2005 tot 23 december 2006. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de heffingsrente, dat werd afgewezen door de inspecteur op 7 februari 2007.
Belanghebbende reageerde op 16 februari 2007 met een brief waarin zij aangaf de heffingsrente onder protest te betalen, wat de rechtbank kwalificeert als een beroepschrift dat tijdig is ingediend. In 2011 verzocht belanghebbende opnieuw om vermindering van de heffingsrente, waarop de inspecteur een tweede uitspraak op bezwaar deed, die de rechtbank vernietigt omdat het systeem van de Algemene wet inzake rijksbelastingen dit niet toestaat.
Materieel is in geschil of de heffingsrente terecht vanaf 1 juli 2005 is berekend. De rechtbank oordeelt dat de wet correct is toegepast en wijst het beroep ongegrond. Ook het betoog dat de berekeningswijze strijdig is met het EVRM faalt, gelet op een arrest van de Hoge Raad. De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en ongegrond en vernietigt de tweede uitspraak op bezwaar.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de tweede uitspraak op bezwaar en verklaart het beroep ongegrond.