ECLI:NL:RBBRE:2011:BV1441
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over aandelenopties met uitoefenrecht onder vaste termijn bij toekenning
De rechtbank Breda behandelde een geschil over de belastingheffing van aandelenopties die aan een werknemer waren toegekend. De kernvraag was of het belastbare moment van de opties het moment van toekenning of het moment van uitoefening betrof, mede gezien het feit dat de opties pas na een vaste termijn konden worden uitgeoefend en vervielen bij ontslag.
De rechtbank oordeelde dat het uitoefenrecht onder een vaste tijdsbepaling niet afhankelijk is van een toekomstige onzekere gebeurtenis, omdat de termijn onherroepelijk zal verlopen. De ontbindende voorwaarde bij ontslag beïnvloedt slechts de waarde van het optierecht, niet het belastbare moment. Het belastbare moment is daarom het moment van toekenning.
Verder werd geoordeeld dat de navorderingsaanslag tijdig was opgelegd binnen de verlengde navorderingstermijn, omdat het inkomensbestanddeel in het buitenland was opgekomen. De inspecteur had voldoende voortvarend gehandeld en er was sprake van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde. Het zorgvuldigheidsbeginsel was niet geschonden. De vergrijpboete werd verminderd vanwege een correctie van het belastbaar inkomen en een overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard, de navorderingsaanslag en boete werden verminderd en de inspecteur werd veroordeeld in proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en boete worden verminderd, het belastbare moment van de aandelenopties is het moment van toekenning.