ECLI:NL:RBBRE:2011:BX6457
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing teruggave dividendbelasting aan Zwitserse pensioenstichting wegens gebrek aan controlemogelijkheden
Belanghebbende, een in Zwitserland gevestigde pensioenstichting, verzocht om teruggave van ingehouden dividendbelasting over 2005. De inspecteur wees dit verzoek af omdat er geen effectieve controle mogelijk is op de voorwaarden voor teruggave, mede door het ontbreken van een informatie-uitwisselingsverdrag tussen Nederland en Zwitserland.
De rechtbank oordeelde dat het weigeren van teruggave een beperking vormt van het vrije kapitaalverkeer zoals beschermd door artikel 56 van Pro het EG-Verdrag. Echter kan een dergelijke beperking gerechtvaardigd zijn indien deze noodzakelijk is voor fiscale controle. Omdat Nederland geen directe toegang heeft tot Zwitserse fiscale informatie en Zwitserland geen verplichting heeft tot het verstrekken van gegevens zonder redelijk vermoeden van fraude, ontbreekt de noodzakelijke controlemogelijkheid.
Belanghebbende stelde dat de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland (2004) wel degelijk informatie-uitwisseling mogelijk maakt, maar de rechtbank concludeerde dat deze overeenkomst geen verplichtingen tot het verstrekken van informatie bevat zonder vermoeden van fraude. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot teruggave afgewezen.
De rechtbank ging niet in op de vraag of heffingsrente verschuldigd is bij teruggave, omdat het verzoek zelf werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van de Zwitserse pensioenstichting op teruggave van dividendbelasting wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van controlemogelijkheden.