ECLI:NL:RBBRE:2012:BV7322
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens onbevoegde vertegenwoordiging en niet-nakoming
De rechtbank Breda behandelde een geschil over de totstandkoming en nakoming van een huurovereenkomst tussen de commanditaire vennootschap DOV C.V. en Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant. De kernvraag was of er een rechtsgeldige huurovereenkomst tot stand was gekomen op 28 oktober 2008, ondanks dat de vertegenwoordiger van Jeugdzorg, [Y], op dat moment niet meer bevoegd was om namens Jeugdzorg te handelen.
De rechtbank oordeelde dat de huurovereenkomst wel degelijk tot stand was gekomen. Hoewel [Y] niet meer bevoegd was, was er sprake van een schijn van volmacht op grond van artikel 3:61 lid 2 BW Pro, gelet op een geheel van omstandigheden en het laten voortbestaan van een situatie waaruit DOV C.V. mocht afleiden dat [Y] bevoegd was. De rechtbank verwierp het beroep op het ontbreken van toestemming van Gedeputeerde Staten als ontbindende voorwaarde, omdat dit niet duidelijk was gemaakt aan DOV C.V.
Vervolgens werd geoordeeld dat Jeugdzorg tekort was geschoten in de nakoming, doordat zij verdere medewerking aan het inbouwpakket weigerde en het gehuurde niet in gebruik nam. Dit rechtvaardigde ontbinding van de overeenkomst. DOV C.V. mocht buitengerechtelijke kosten en schadevergoeding vorderen, waarbij een bedrag van €35.224,00 werd toegewezen voor werkzaamheden gerelateerd aan het inbouwpakket. De rechtbank veroordeelde Jeugdzorg tot betaling van deze bedragen, wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.