ECLI:NL:RBBRE:2012:BV8950
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huurders vorderen teruggave grootste deel ingehouden waarborgsom bij einde huurovereenkomst
Eisers huurden een woning van gedaagde voor de periode van 1 augustus 2010 tot 31 juli 2011 en betaalden een waarborgsom van €1.600. Tijdens de huurperiode brachten zij zonder schriftelijke toestemming een kattenluikje aan en boorden zij gaten in de muren voor bevestigingspunten. De woning werd verkocht en de huur werd beëindigd. Bij oplevering leverden eisers de sleutel aan de koper in plaats van aan verhuurder. Eisers vorderden terugbetaling van €1.891,75, bestaande uit de waarborgsom, vergoeding voor de keuken en buitengerechtelijke kosten.
Gedaagde stelde dat eisers zich niet aan de huurovereenkomst hadden gehouden en dat de koper ontevreden was over de staat van de woning. De rechtbank stelde vast dat eisers inderdaad zonder toestemming handelingen hadden verricht, maar dat gedaagde hiervan pas op 27 juli 2011 op de hoogte was en hen niet heeft aangesproken. Er was geen bewijs dat gedaagde schade had geleden door de gebreken, noch dat de koper een lagere prijs had betaald vanwege de gaten in de muren.
De rechtbank oordeelde dat de verplichting tot oplevering in goede staat niet was nagekomen, maar dat zonder gezamenlijke inspectie en herstelmogelijkheid alleen de kosten van zelfwerkzaamheid vergoed kunnen worden. Omdat geen schade was aangetoond, werd het leeuwendeel van de waarborgsom onterecht ingehouden. De vordering tot terugbetaling van €1.891,75 werd toegewezen, inclusief buitengerechtelijke kosten. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €1.891,75 plus wettelijke rente en proceskosten wegens onterecht ingehouden waarborgsom.