ECLI:NL:RBBRE:2012:BW7565
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag rioolheffing wegens schending vertrouwensbeginsel bij vakantiewoningen
Belanghebbende huurt een perceel met daarop een vakantiewoning die niet was aangesloten op de gemeentelijke riolering. In 2004 en 2005 vonden gesprekken plaats tussen de verhuurder en een projectleider van de gemeente over de aansluiting op de riolering. Hierbij werd afgesproken dat de vakantiewoningen via twee uitleggers zouden worden aangesloten, wat zou resulteren in slechts twee aanslagen rioolheffing in plaats van één per woning.
Hoewel de projectleider geen heffingsambtenaar was, wekte hij door de toerekenbare schijn van volmacht het vertrouwen dat niet iedere vakantiewoning afzonderlijk zou worden belast. De gemeente bevestigde dit vertrouwen door tot 2010 slechts twee aanslagen op te leggen. Belanghebbende heeft hierdoor een keuze gemaakt voor aansluiting op de riolering die anders was geweest als zij wisten dat elke woning afzonderlijk zou worden belast.
De rechtbank oordeelt dat het vertrouwensbeginsel is geschonden en vernietigt de aanslag rioolheffing over 2010. De rechtbank wijst ook op de mogelijkheid van een overgangsregeling voor toekomstige aanslagen. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag rioolheffing over 2010 wordt vernietigd wegens schending van het vertrouwensbeginsel.