ECLI:NL:RBBRE:2012:BW7881
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Brouwer
- D. Hund
- M.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Beoordeling Nederlandse dividendbelasting en vrijheid van kapitaalverkeer voor buitenlandse aandeelhouder
Belanghebbende, een Nederlandse nationaliteit dragende inwoner van België, bezat in 2007 aandelen in drie Nederlandse beursfondsen waarop dividendbelasting werd ingehouden. Hij maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting waarin geen verrekening van deze dividendbelasting was opgenomen.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende tijdig bezwaar had gemaakt en dat de rechtsingang correct was benut. De kern van het geschil betrof de vraag of de inhouding van dividendbelasting in strijd was met artikel 63 VwEU Pro, de vrijheid van kapitaalverkeer.
De rechtbank oordeelde dat hoewel buitenlandse aandeelhouders de dividendbelasting als eindheffing ervaren en binnenlandse aandeelhouders deze kunnen verrekenen met inkomstenbelasting, de totale effectieve belastingdruk voor belanghebbende in 2007 niet hoger was dan voor binnenlandse aandeelhouders. Dit leidde tot de conclusie dat er geen belemmering van de vrijheid van kapitaalverkeer was.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Breda op 27 maart 2012.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting is ongegrond verklaard omdat geen belemmering van de vrijheid van kapitaalverkeer is vastgesteld.