ECLI:NL:RBBRE:2012:BX4589
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen proceskostenvergoeding ondanks overschrijding redelijke termijn bij WOZ-waarde bezwaar
De rechtbank Breda behandelde het beroep van belanghebbende tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €461.000, terwijl belanghebbende een waarde van €438.000 aanvoerde. De heffingsambtenaar had een taxatierapport overgelegd met vergelijkingsobjecten, waarvan één als het meest vergelijkbaar werd beoordeeld. De rechtbank oordeelde dat de toegepaste grondstaffel en waarde juist waren vastgesteld en dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan.
Belanghebbende stelde dat de heffingsambtenaar niet had voldaan aan het verstrekken van een kopie van de kladmatrix, een stuk dat ter inzage was gelegd tijdens de hoorzitting. Hoewel dit een schending van een vormvoorschrift opleverde, zag de rechtbank geen aanleiding om alsnog overlegging te gelasten of proceskosten toe te kennen, mede omdat belanghebbende niet om overlegging had verzocht en geen informatie was achtergehouden.
Verder werd de overschrijding van de redelijke termijn van in beginsel twee jaar voor bezwaar en beroep besproken. De bezwaarfase had ruim acht maanden geduurd en de beroepsfase ruim vijftien maanden. De rechtbank achtte deze termijnen, mede gelet op de complexiteit en de hoeveelheid bezwaren, redelijk en voldoende voortvarend behandeld. Daarom werd ook het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees alle verzoeken tot proceskostenvergoeding en immateriële schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Beroep tegen WOZ-waarde ongegrond verklaard; verzoeken tot proceskosten- en immateriële schadevergoeding afgewezen.