ECLI:NL:RBBRE:2012:BX9158
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Geen recht op verhoging gecombineerde heffingskorting door arbeidsconflict echtgenoot
Belanghebbende heeft een voorlopige teruggave ontvangen van de algemene heffingskorting over 2007, maar deze is later geheel teruggevorderd met heffingsrente. De kern van het geschil is of belanghebbende aanspraak kan maken op de bijzondere verhoging van de gecombineerde heffingskorting op grond van artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
De rechtbank stelt vast dat de echtgenoot van belanghebbende over 2007 geen salaris heeft ontvangen vanwege een arbeidsconflict met zijn werkgever, wat heeft geleid tot een nihil gecombineerde inkomensheffing. Het salaris werd pas in 2011 na een gerechtelijke uitspraak alsnog uitbetaald, maar was in 2007 niet vorderbaar of inbaar. Hierdoor is geen belasting verschuldigd en bestaat geen recht op de bijzondere heffingskorting.
Belanghebbende voerde nog een beroep op het vertrouwensbeginsel, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat de inspecteur een toezegging heeft gedaan die haar een recht op de heffingskorting gaf. De rechtbank oordeelt dat alleen inhoudelijke informatie aan de echtgenoot is verstrekt en dat uitstel van aangifte geen recht op de heffingskorting creëert.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en merkt op dat de situatie als gevolg van de late salarisbetaling een onbillijkheid van overwegende aard kan zijn, maar dat dit uitsluitend door de minister van Financiën kan worden toegepast. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat geen recht bestaat op verhoging van de gecombineerde heffingskorting.