ECLI:NL:RBBRE:2012:BX9479
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdrachtsbelasting en toepassing Handvest EU
Belanghebbende verkreeg in juni 2011 een woning en betaalde daarop 6% overdrachtsbelasting. Zij stelde dat deze belasting een inbreuk vormt op haar eigendomsrecht zoals vastgelegd in artikel 17 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. De rechtbank oordeelde echter dat het Handvest niet van toepassing is omdat geen uitvoering van Unierecht aan de orde is.
Verder voerde belanghebbende aan dat de tariefsverlaging van de overdrachtsbelasting per 15 juni 2011 in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, omdat zij minder gunstig werd behandeld dan kopers na die datum. De rechtbank vond dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat budgettaire en rechtszekerheidsoverwegingen de gekozen ingangsdatum rechtvaardigen.
Belanghebbende stelde ook dat de inspecteur niet volledig aan zijn verplichtingen voldeed door bepaalde wetgevingsstukken niet te overleggen, maar de rechtbank vond dat de inspecteur geen relevante stukken achterhield. Ook werd het zorgvuldigheidsbeginsel niet geschonden ondanks dat een brief van de notaris niet in de overwegingen was meegenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd op 31 augustus 2012 gedaan door rechter W.A.P. van Roij.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffing van overdrachtsbelasting is ongegrond verklaard.