ECLI:NL:HR:2005:AT3409
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 1992 tot en met 1998 en een nadere voorlopige aanslag voor 1999 in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Na bezwaar werden deze aanslagen gehandhaafd door de Inspecteur. Belanghebbende ging in beroep bij het hof, dat het beroep ongegrond verklaarde.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad. Een van de klachten betrof het niet meenemen van stukken van het gerechtelijk vooronderzoek (gvo) door het hof. De Hoge Raad oordeelde dat deze stukken geen onderdeel uitmaakten van het geding en dat er geen aanwijzingen waren dat de Inspecteur deze stukken bezat, zodat het hof niet tekort was geschoten in zijn beoordeling.
De overige middelen waren onvoldoende om tot cassatie te leiden. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten en verklaarde het beroep ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.