ECLI:NL:RBBRE:2012:BX9502
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- C.A.F.M. Stassen
- N.C.G. Gubbels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlengde navorderingstermijn bij buitenlandse bankrekeningen en vrijheid van kapitaalverkeer
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen over meerdere jaren vanwege het aanhouden van buitenlandse bankrekeningen in Zwitserland en Luxemburg. De inspecteur had deze aanslagen opgelegd met toepassing van de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, vierde lid, AWR. Belanghebbende betwistte onder meer de bevoegdheid van de inspecteur, de toepassing van de verlengde navorderingstermijn en de toerekening van het inkomen uit de bankrekeningen.
De rechtbank stelde vast dat de navorderingsaanslagen bevoegd waren opgelegd door de Belastingdienst/Limburg, kantoor Heerlen, aangezien belanghebbende woonachtig was in de regio Limburg. Vervolgens werd geoordeeld dat de datum van het tripartiete overleg op 28 juni 2007 als het tijdstip moet worden gezien waarop de belastingautoriteiten aanwijzingen kregen over het aanhouden van buitenlandse banktegoeden, omdat bij dat overleg ten minste één medewerker van de belastingdienst aanwezig was.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur onvoldoende voortvarendheid betrachtte, omdat hij pas in juli 2010 actie ondernam, terwijl belanghebbende in januari 2009 al openheid van zaken had gegeven. Hierdoor werd de verlengde navorderingstermijn voor een deel niet gerechtvaardigd. Voor banktegoeden in derde landen, zoals Zwitserland, geldt de verlengde navorderingstermijn onverkort, omdat het aanhouden van een bankrekening een financiële dienst is in de zin van artikel 64 VwEU Pro, waardoor de vrijheid van kapitaalverkeer niet van toepassing is.
Ten slotte werd geoordeeld dat het vermogen in algehele gemeenschap van goederen voor de helft aan belanghebbende en zijn echtgenote moet worden toegerekend, waardoor de navorderingsaanslagen over de jaren 2001 tot en met 2006 werden verminderd. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond, vernietigde de uitspraken op bezwaar voor bepaalde jaren en mat de aanslagen naar beneden. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen worden deels vernietigd en verminderd, waarbij de verlengde navorderingstermijn onverkort geldt voor banktegoeden in derde landen en de inspecteur wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.