ECLI:NL:GHARN:2012:BW3384
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlengde navorderingstermijn bij buitenlands vermogen beheerd door Nederlands administratiekantoor
Belanghebbende werd navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 1998 tot en met 2003 wegens niet opgegeven vermogen bij een Zwitserse bank, beheerd door een Nederlands administratiekantoor (A B.V.). De Inspecteur maakte gebruik van de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaren zoals bepaald in artikel 16, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
Belanghebbende voerde aan dat de verlengde termijn niet van toepassing was omdat het vermogen niet aan het zicht van de fiscus was onttrokken, aangezien A B.V. administratieplichtig was en het beheer voerde. Tevens stelde hij dat de FIOD, als onderdeel van de Belastingdienst, al in 2007 beschikte over klantgegevens, waardoor het tijdsverloop tot inkeer in 2009 niet gerechtvaardigd was.
Het Hof verwierp deze argumenten. De verlengde navorderingstermijn is volgens het Hof toepasselijk omdat het vermogen in het buitenland werd gehouden en de Inspecteur pas na de inkeermelding in 2009 kon overgaan tot navordering. De FIOD werd niet als belastingautoriteit in de zin van het EU-recht beschouwd omdat de informatie via het Openbaar Ministerie was verkregen in een strafrechtelijk onderzoek. Het Hof bevestigde de uitspraak van de Rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen met verlengde navorderingstermijn worden bevestigd.