ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ2446
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid gewezen vennoot voor loonbelastingschulden schoonmaakbedrijf in fastfoodrestaurants
De gewezen vennoot van een vennootschap onder firma (Vof) die twee fastfoodrestaurants exploiteerde, werd aansprakelijk gesteld voor onbetaalde loon- en omzetbelastingschulden van een schoonmaakbedrijf dat werkzaamheden verrichtte in de filialen. De rechtbank onderzocht of de Vof aansprakelijk kon worden gesteld op grond van de Invorderingswet, met name artikel 34 (inlenersaansprakelijkheid) en artikel 35 (ketenaansprakelijkheid).
De rechtbank stelde vast dat er geen sprake was van toezicht of leiding door de Vof tijdens de schoonmaakwerkzaamheden, waardoor artikel 34 niet Pro van toepassing was. Wel kwalificeerde de Vof zich als een eigenbouwer in de zin van artikel 35, omdat schoonmaakwerkzaamheden essentieel waren voor de bedrijfsvoering en ingebed waren in de normale bedrijfsuitoefening. Hierdoor kon de Vof aansprakelijk worden gesteld voor de loonbelastingschulden.
De rechtbank verwierp het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel tegen de Belastingdienst, oordeelde dat de naheffingsaanslagen correct waren opgelegd en dat de berekening van de aansprakelijkstelling grotendeels juist was, met uitzondering van een te hoog bedrag door een vierde schoonmaker. De aansprakelijkstelling werd verminderd tot €53.177. De ontvanger werd veroordeeld in de proceskosten van €1.414,50 en het betaalde griffierecht van €41 werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De aansprakelijkstelling van de gewezen vennoot wordt verminderd tot €53.177 en de ontvanger wordt veroordeeld in proceskosten.