ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ3537
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in KB Lux-zaak
In deze zaak gaat het om een verzoek van de erfgenamen van wijlen erflater om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn bij de behandeling van belastinggeschillen over navorderingsaanslagen. De navorderingsaanslagen zijn opgelegd naar aanleiding van gegevens die via een Europees inlichtingenverzoek over rekeningen bij de Kredietbank S.A. Luxembourgeoise (KB Lux) waren verkregen.
Belanghebbenden maakten bezwaar tegen de aanslagen en tekenden vervolgens beroep aan tegen een brief van de inspecteur die geen uitspraak op bezwaar was. Dit beroep leidde ertoe dat de uitspraken op bezwaar pas op 2 mei 2011 werden gedaan. De rechtbank oordeelt dat deze vertraging primair aan het door belanghebbenden ingestelde beroep te wijten is en niet aan de inspecteur.
De rechtbank past de jurisprudentie toe omtrent de redelijke termijn en concludeert dat de periode van 28 mei 2003 tot en met 21 september 2010 buiten beschouwing moet blijven bij de beoordeling van de termijnoverschrijding. Gezien de duur van de bezwaar- en beroepsfase en de invloed van belanghebbenden op het procesverloop is er geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.