ECLI:NL:RBBRE:2012:CA0345
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen buitenlandse bankrekening Van Lanschot
De rechtbank Breda behandelde het beroep van belanghebbende tegen navorderingsaanslagen IB/PVV 2001 tot en met 2005 opgelegd door de inspecteur op basis van gegevens van een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot in Luxemburg. De gegevens waren verkregen via Belgische autoriteiten en vormden onderdeel van het project Bank Zonder Naam.
Belangrijke geschilpunten betroffen de rechtmatigheid en authenticiteit van de verkregen renseignementen, de identificatie van belanghebbende als rekeninghouder, de voortvarendheid van de inspecteur bij het opleggen van navorderingsaanslagen, de omkering van de bewijslast, de redelijke schatting van het vermogen, en de juistheid van de boetes en heffingsrente. De rechtbank oordeelde dat de gegevens rechtmatig en authentiek waren en dat belanghebbende als rekeninghouder was geïdentificeerd.
De rechtbank constateerde dat de inspecteur onvoldoende voortvarend had gehandeld bij het opleggen van de navorderingsaanslagen over 2001 en 2002, waardoor deze vernietigd werden. De aanslagen over 2003 tot en met 2005 waren tijdig opgelegd, maar werden verminderd tot het bedrag van de enkelvoudige belasting omdat op de aanslagbiljetten boete en heffingsrente niet afzonderlijk waren vermeld, waardoor geen geldige beschikkingen tot stand kwamen.
Verder werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en werd het onderzoek heropend voor een nadere uitspraak over immateriële schadevergoeding. De rechtbank wees verzoeken om aanvullende stukken en getuigenverhoren af wegens te late indiening of onvoldoende belang.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen 2001 en 2002 vernietigd, aanslagen 2003-2005 verminderd tot enkelvoudige belasting, inspecteur veroordeeld in proceskosten.